Archive for the 'Bali' Category

Eindelijk rust

Ik boek een trip met een snelle boot die me in een half uurtje naar het eiland Nusa Lembongan zou moeten brengen. Het is bewolkt maar daar ben ik absoluut niet rouwig om. Als ik mag kiezen tussen een verschroeiende, tropische 35° of bewolkt en 25°, geef mij dan maar het laatste. Het weer is ongeveer een half uur nadat ik mij een fles zonnecrème aangeschaft had, omgeslagen. Een tube Nivea factor 20, anyone?

Het is de bedoeling dat ik drie nachten op het eiland blijf en op zondagavond terugkeer. Als ik het ticket koop, laat ik weten dat ik op zondag terug wil. ‘No worries, het is een open ticket. Je kan om op het eeeveeeen welke dag terug.’ krijg ik te horen.
‘En waar moet ik precies zijn voor het vertrek?’ Op dezelfde plek als waar ik het ticket gekocht hebt, zo blijkt. Een uur voor de afvaart ben ik op de plaats van afspraak. Ik vraag of het ok is dat ik daar ga zitten wachten. Geen probleem, of wacht even, beter even verderop. Ok, ik loop een stuk terug, mijn trolley heeft wieltjes, dus mij hoor je niet klagen. Ik haal m’n boek boven en nog voor ik 1 pagina gelezen heb, komt iemand van de firma Scoot, niet die van ‘Wie Scoot die vindt’ maar van de bootservice met als slogan ‘The way life should be’ naar me toe gelopen.
‘Moet jij naar Nusa Lembongan?’
‘Ja.’
‘Dan moet je daar wachten.’ De man wijst naar iets wat op de volledige kustlijn kan slaan.
‘Waar is dat? 10m verder? 20m? 100m?’
Hij denkt even na, heeft duidelijk nog minder verstand van afstanden dan ik en besluit dat de middelste optie wellicht altijd de beste keuze is.

Ik loop 20m verder en sta voor een restaurant, nog 20m verder zie ik nog steeds niemand met een Scoot-polo. Ik sta bijna terug aan m’n hotel dat ik net uitgekozen had omdat het zich volgens de Rough Guide dicht bij de vertrekplaats van de bootdienst bevond. In de verte zie ik twee meisjes met Scoot-polo, ik stap op hen af en toon m’n ticket. Degene die het aanneemt, zegt ‘Solly Miss, no boat leave on Sunday because of ceremony.’
Ik leg uit dat de man bij wie ik het ticket gekocht heb niets over een ceremony gezegd heeft en dat dat me eigenlijk wel logisch lijkt aangezien er op Bali elke dag een of andere ceremony plaatsvindt en dat ze hun bedrijf wel konden sluiten als ze daarom hun boten in de haven zouden laten staan.
‘Solly Miss.’
‘Ik heb al kamers geboekt, zowel op het eiland als voor de nacht nadien, dit komt mij niet zo goed uit.’
‘Solly Miss’.
Ik doe alsof ik bel en zeg dat Vishnu, Shiva en de hele reutemeteut me persoonlijk hebben laten weten dat de Scootboten met hun zegen op zondag mogen vertrekken.
Ze geeft geen krimp. Ik ook niet maar dat levert helaas niets op. De boot zal met enige vertraging vertrekken (ceremony? wie zal het zeggen?), ondertussen kan ik even gaan nadenken of dit wel The Way is Life Should Be.

Na een tijdje worden we verzocht in te stappen. Het is eb en de boot ligt ergens in de verte, ik hef m’n trolley op en stap door het mulle zand waar m’n voeten diep in wegzakken. Ik moet denken aan de parabel waarbij iemand tegen god klaagt dat zijn goddelijke voetafdrukken niet meer naast de zijne te zien waren toen de kerel in kwestie het zwaar te verduren kreeg waarop god antwoordde dat er inderdaad maar één stel voetsporen meer te zien was maar dat het wel heel diepe waren en dat dat was omdat god de jammeraar droeg.
Mijn voetafdrukken zijn ook diep maar ik voel mijn koffer wegen dus het is niet zo dat god zowel mij als die dekselse trolley aan het opheffen is. Misschien had ik niet zo luid ‘godverdegodver’ moeten roepen toen ik te horen kreeg dat ik op zondag niet terug kon. Vlak voor ik aan de vloedlijn kom, neemt een drager m’n tas van me over om 10m verder te zeggen dat hij een fooi wil en ook hoeveel. Omgerekend naar Belgische normen zou dat ongeveer 10 euro moeten zijn. Ik maak een mental note dat ik mijn freelance tarieven dringend moet aanpassen naar Balinese normen.

Ik ga ergens in het midden van de motorboot zitten, niet zover van de plaats van de kapitein, aan een raam (eigenlijk een zeildoek dat wat open staat) en kijk recht voor me uit. Er is aanvoer van frisse lucht en ik heb zicht op waar we naartoe gaan. Op die manier zou ik niet zeeziek mogen worden. Dat heb ik ooit ergens gelezen of misschien wel zelf uitgevonden, ik weet het niet meer.
Ik besluit mijn theorie niet uit de doeken te doen tegen de Chinezen die op de bank zijn gaan zitten die dwars staat op de vaarrichting.

Even later start de motor en varen we langzaam weg van de kust. Hoe verder we varen, hoe sneller het gaat en hoe harder de boot neerkomt nadat hij even over een golf gezweefd heeft. De wind waait in m’n gezicht, de zee is woelig, de wolken zijn grijs en ik, ik geniet. Ik vind het heerlijk om op zee te vertoeven. Ik kijk om me heen en zie alleen maar verkrampte gezichten. Sommige handen nemen de hand vast van de partner waamee ze hun wittebroodsweken aan het doorbrengen zijn, andere graaien naar een plastic zak en houden die voor hun mond.

Ik probeer de grijns die om m’n lippen speelt te verbergen en zie hoe 2 Chinese vrouwen zo hard kotsen dat hun ingewanden lijken mee te komen. Of zouden het de ingewanden zijn van de kat/hond die ze bij de lunch verorberd hebben? Zo goed kijk ik nu ook weer niet in hun zakjes.

Een goed half uur later bereiken we de overkant. Ik moet de neiging onderdrukken om bij het uitstappen ‘Woehoew’ uit te schreeuwen, te springen en m’n voeten in een hoek van 30° tegen elkaar te slaan. Ok, ok, om dat laatste te doen moet ik niet zozeer de neiging onderdrukken, ik ben er gewoon niet fit genoeg voor.

Een kersvers, Australisch bruidje ziet wat bleekjes om haar neus, die had zich bij ‘huwelijksbootje’ wellicht een rustig, luxueus jacht voorgesteld ipv het gevaarte waar we net uit komen. Er staan een paar mensen op de kade. In de verste verte zijn geen taxi-chauffeurs te bekennen. Ik hoor enkel het ruisen van de zee. Hier zou het wel eens leuk kunnen worden. Ondertussen is het beginnen regenen. Ik zie tussen de paar mensen die ons staan op te wachten een Balinees met een bord waarop ‘Zabine’ staat en stap op hem af. Hij zal me naar m’n kamer brengen. Op een scooter, zo blijkt. Ik slik want ik had me voorgenomen me niet met een scooter of motor te verplaatsen. Ze stinken en maken veel te veel lawaai. Bovendien heb ik al de hele tijd visioenen dat als ik op een scooter of motor stap het niet lang zal duren eer de opperhuid van mijn armen en benen over het wegdek zal uitgesmeerd liggen met hier en daar een stuk tand tussen.

Er zit helaas niet veel anders op dan achterop te kruipen. De weg ziet er gevaarlijk glad uit, maar mijn chauffeur is voorzichtig, toch nadat ik een keer of 3 ‘WATCH OUT!’, ‘BE CAREFUL’ en ‘NOT TOO FAST’ in zijn oor gebruld heb. Even later zet hij me af aan ‘Linda Bungalows’, een hotel aan de kustlijn. Het terras kijkt uit op de zee waar Balinezen zeewier in hun bootjes aan het laden zijn. Ik neem m’n boek, ga tussen een handvol Australiërs zitten en zie hoe een grijze dame van vermoedelijk 65 in wetsuit en met surfplank onder de arm richting golven waadt. De rest van de middag lees ik verder in ‘Kafka op het strand’ en kijk nu en dan eens op naar de surfende oma.

4 dingen die ik nog niet wist voor ik naar Bali kwam

1. Om politieagent te worden, hoef je geen opleiding te volgen. Het volstaat om 3 jaar loon als smeergeld te betalen. Dit systeem biedt tal van voordelen. Niet alleen verlies je geen tijd met het aanleren van allerlei regels waar toch niemand iets aan heeft, ook je creativiteit wordt er enorm door gestimuleerd. Elke agent zal immers zo invenventief mogelijk te werk moeten gaan om de drie jaar loon heel snel en op een zo corrupt mogelijke manier van argeloze toeristen en rijke locals af te troggelen. Het hindoeisme draagt eerlijkheid dan wel hoog in het vaandel; Brahma, Vishnu en Shiva zulen voor een extra geofferde orchidee en papaya ook wel een oogje dichtknijpen.

2. Eenden worden in de rijstvelden ingezet als ‘cleansing machines’. Terwijl de rijst groeit, eten ze de insecten op die de oogst zouden kunnen vernielen. Geen idee of ze ook bosmieren opeten maar als dat zou blijken, dan moet ik er dringend een aanschaffen om me overal te vergezellen. Mijn benen zien eruit als een slagveld waar 2 kolonies mieren een oorlog op uitgevochten hebben. Het is duidelijk dat ik degene ben die de strijd verloren heeft.

3. Er bestaan kamers waar enkel koud water uit de douche komt. Er bestaan kamers waar zout water uit de douche komt en er bestaan kamers waar douche, lavabo en toilet zich buiten bevinden en voorzien zijn van een flinke laag rondwaaiend stof en zand.
Het toilet kan er besproeid worden wat dus de keuze laat tussen zitten op stof/zand of op zout.
Er bestaan kamers waar je een combinatie van dit alles kan vinden, soms zijn die wel heel dicht gelegen bij een moskee waar al veel te vroeg te luid lawijt uit weerklinkt. Maar bon, thuis slaap ik ook niet goed.

4. Alleen reizen kan perfect zonder je eenzaam te voelen. Wat zeg ik? Mocht ik in Gent/Brussel/waar dan ook in België zoveel gesprekken met vreemden hebben als in Bali, het leven zou er een stuk aangenamer op worden.

Wayan, de heleres

De op een waar gebeurd verhaal gebaseerde bestseller ‘Eat, love, pray’ van Elisabeth Gilbert heeft ervoor gezorgd dat Bali in mijn achterhoofd is blijven hangen en uiteindelijk m’n reisbestemming geworden is. In het boek brengt de schrijfster o.a. een bezoek aan heleres Wayan. Als Carl me vertelt dat diezelfde Wayan zijn keelpijn genezen heeft, besluit ik ook eens naar haar toe te gaan. De fietstocht tussen de rijstvelden en koffieplantages zit er toch niet in aangezien het al voor de 6de dag op rij regent.

Om kwart over 10 stap ik het huis van Wayan binnen en zie dat ze in gesprek is met een Amerikaans koppel. Ik krijg van een van de assistenten een blad waarop staat dat alle behandelingen volgens de oosterse normen verlopen en dat ik al mag beginnen afstand nemen van het westerse tijdsbesef. Ik lees dat Wayan haar ‘readings’ vaak bij drie mensen tegelijk doet. In hun cultuur is dat heel normaal. In onze cultuur is het ook heel normaal dat als iets een succes wordt, het volledig uitgemolken wordt. Ik begrijp wat ze bedoelen, dat kan alleen maar betekenen dat ik ondertussen ook al oosters denk.

Ik ga voor een ‘reading’ met een massage achteraf. De pas gehuwde Amerikanen Thomas en Shelley blijken voor hetzelfde pakket gekozen te hebben. Op dat moment beseffen we nog niet dat we de volgende 7 uren met elkaar zullen doorbrengen en een aantal heel intieme momenten zullen delen.

Wayan stelt vast dat we alledrie meer water moeten drinken. Is de 2 tot 2.5l die ik dagelijks achterover sla niet al meer dan genoeg?
Ik blijk ook een calciumtekort te hebben maar dat hoor ik haar tegen alle vrouwen zeggen die die dag de revue passeren. Soms heb ik keelpijn, soms maak ik me zorgen, soms ben ik wat moe en de ene dag voel ik me al energieker dan de andere. Is er iemand die zichzelf hier niet in herkent?

Thomas blijkt zeer intelligent te zijn, Shelley en ik moeten het met ’smart, not brilliant’ doen. Daar gaat mijn nobelprijs voor het leveren van baanbrekende resultaten in het onderzoek naar hoe pantoffeldiertjes artificieel gekweekt kunnen worden. Ik vraag me luidop af wat ze zegt als ze iemand dom voor zich krijgt. Thomas vertelt dat de vriendin die hen tipte om een reading te laten doen te horen kreeg dat ze ooit slim was maar nu niet meer. Aangezien ze hier in reïncarnatie geloven, kan dat dus gerust in een vorig leven geweest zijn.

Wayan bekijkt onze handen en vertelt dat ik een goede gelukslijn heb. Ik zal me nooit zorgen moeten maken over werk en er liggen verschillende parttime jobs voor me in het verschiet. Voor Shelley ook trouwens. Ik heb 5 goede vrienden waar van 3 ‘nice, nice’ zijn. Wat zegt dat over die 2 andere?

‘Er zijn 8 mannen verliefd op jou, waarom jij daar niet op ingaan?’
‘Kan je nog eens goed in mijn handpalm kijken en hun namen en telefoonnummers noteren aub?’
‘Als je wil kan je twee keer trouwen, misschien zelfs met dezelfde man, dat gebeurt ook wel eens. En je hebt een slechte bloeddoorstroming, je moet sokken dragen.’
‘Wayan, jij moet dringend eens naar Belgie komen, iedereen moet daar sokken dragen. Sommigen voelen zelfs de drang om er te dragen als ze sandalen aan hebben, meestal nog in combinatie met een banaanvormige heuptas.’
‘Welke problemen heb je? Waar kan ik je mee helpen?’
‘Je kan me helpen door het gezeur van de taxichauffeurs te doen ophouden. Daar kan je niets aan doen? Iets anders? Wel, ik slaap slecht en heb regelmatig pijn in mijn gewrichten.’
‘En dat je geen partner hebt, is dat geen probleem?’
‘Je zegt net dat ik kan kiezen uit 8 mannen, wat is het probleem dan afgezien van het feit dat ik geen flauw idee heb over wie je het hebt? Als communicatiespecialist zou ik je trouwens aanraden om voor de verschillende personen die je voor je hebt andere getallen te gebruiken. Het zou geloofwaardiger overkomen als je aan Thomas niet ook al zou gezegd hebben dat er 8 mensen verliefd op hem zijn. Verder is het ook niet zo’n slimme zet om bij het uitdelen van pilletjes voor schoonheid aan 1 van de twee vrouwen twee keer zoveel pillen te geven als aan de andere. Welke vrouw wil te horen krijgen dat ze twee keer zo lelijk is als die naast haar? Maar doe vooral verder.’

Er komen 8 vrouwen binnen gewandeld waarvan ik vermoed dat het Amerikanen zijn. Mijn vermoeden is gebaseerd op hun luide, betekenisloze gekwebbel en de kirren die ze slaan bij het zien van de foto van Elisabeth Gilbert. Ik zou hen alle 8 al kunnen vertellen dat ze een tekort hebben aan calcium, zoekende zijn en het de ene dag al beter met hen zal gaan dan de andere maar laat Wayan de eer om de boodschap in gebrekkig engels over te brengen.

We genieten allemaal samen van de in het boek veelgeprezen ‘vitamin lunch’ die uit een keuken getoverd wordt waar de Belgische voedselinspectie duidelijk niets over te zeggen heeft. Het eten is lekker maar ik voel dat m’n maag moeite heeft met het verwerken van de verschillende brouwsels die we ’s ochtends hebben moeten drinken. Het is koud en ik verwens mezelf dat ik geen trui of jas meegenomen heb.

We krijgen een mini-massage van hoofd en schouders met heerlijk geurende oliën. Ik voel me op slag veel energieker. Wayan had nog maar net gezegd dat ik soms wel eens van energieniveau zou switchen en het was al zover! Deze vrouw kon zowaar in de heel nabije toekomst kijken. Subliem!

We worden verzocht naar boven te gaan en moeten ons uitkleden achter een primitief gordijn waarvan mijn moeder zou zeggen ‘Zie ne keer hoe dat afgewerkt is! Dat trekt op niets!’ Als dochter en kleindochter van handelaars in gordijnen kan ik enkel bevestigen dat het nergens op leek. Ik heb dan wel geen bloedverwanten die massagesalons inrichten maar kan ook zonder zeggen dat dit de meest primitieve en minst aangenaam ingerichte is die ik ooit gezien heb. ‘Waar zijn die vele duizenden dollars die de vrienden en kenissen van Elisabeth Gilbert gedoneerd hebben dan naartoe gegaan?’ vraag ik me af terwijl ik naakt op 1 van de massagetafels lig en een rat via het dak zie wegflitsen.

Ik vind het ook vreemd dat we verzocht worden om de westerse tijd te vergeten maar dat er wel twee klokken binnen mijn gezichtsveld hangen. Er zijn geen ramen, 1 muur is maar half zo hoog als de andere en de wind waait genadeloos naar binnen via het grote, gapende gat. Ik heb het koud en moet naar het toilet maar wil niet naar het vieze hok beneden en dus lig ik volledig verkrampt klaar om door 1 van de meest bedreven masseurs die ik al gehad heb (inderdaad, zo zijn er hier meerdere), gekneed te worden.

‘Relax!’ gebiedt hij me. Op die manier moet het zeker lukken. De massage is zeer goed maar ik kan er niet echt van genieten (Niet op mijn buik wrijven! Ik moet naar het toilet!), ook niet na een tweede en derde gebiedende ‘Relax!’. De masseur schurkt bij iedere beweging tegen mijn naakte lichaam. Is dat de knoop van zijn sarong die ik voel of is hij gewoon blij mij te zien? Wayan komt nog eens langs om ons met sterk geurende oliën in te wrijven.

Ze drukt op een punt onderaan mijn rechtervoet wat heel pijnlijk aanvoelt. Ik vraag of dat verband houdt met een van mijn ingewanden. Wijst dat er op dat ik problemen heb met mijn lever, mijn nieren of mijn aalvleesklier?’
‘Too much high heels’ is haar antwoord. Ik maak een mental note dat ik mijn Birkenstocks thuis verder moet dragen, met sokken uiteraard. De banaanvormige tas zal ik aan mij voorbij laten gaan. Ik voel er immers niet zoveel voor om achterna gezeten te worden door de fashion police.

De sessie duurt een kleine 3u. Shelley en ik mogen met een vrouw naar de douche, Thomas wordt door een man begeleid. De douche is niet van Grohe maar van die andere fabrikant waarvan ik me nu even de naam niet herinner. Die van die plastieken kuipen waar met een plastieken pot water uit geschept wordt die dan op geheel authentieke wijze over het hoofd uitgekieperd wordt.

We krijgen alledrie nog een 20-tal verschillende pillen mee, voor ons persoonlijk samengesteld op basis van de reading maar wel voorzien van een identieke behandelingsfiche.
Thomas krijgt de pillen niet waar je een mooiere vrouw van wordt maar voor de rest ziet ons pakket er identiek uit.

Op de terugweg vraagt Shelley voorzichtig of ik soms ook die sarongknoop tegen me voelde schurken. Thomas vertelt dat hij ook gevoeld heeft dat zijn masseur heel blij was hem te zien. Dat maakt dan drie blije masseurs.

Shelley vermoedt dat degene die mij onder handen nam een homo is terwijl ik dat net dacht van die van Thomas. Als die laatste zegt dat hij tijdens het douchen niet gewoon met gekruid water overgoten werd maar ook volledig geschrobt werd en de masseur z’n e-mailadres vroeg terwijl hij z’n klokkenspel wel heel lang bleef schrobben, kan ik alleen maar besluiten dat m’n gaydar (m’n interne radar waarmee ik homo’s vanop afstand herken) nog prima werkt.

Ik neem me voor om de film te gaan bekijken waarvan de opnames over 2 weken starten en ben zeer benieuwd hoe blij de masseurs zullen zijn als Julia Roberts op een van hun tafels zal liggen.

If you can’t beat them, join ‘em!

Na een bezoek aan het bureau voor toerisme was het enkel nog een kwestie van iene-mine-mutte spelen met het handvol folders dat ik meegebracht had om te bepalen welke dag met welke activiteit zou ingevuld worden. Vandaag zou het een rondrit in het oosten van Bali worden met op het programma o.a. een bezoek aan een salak fruitplantage, een vissersdorp, de oude rechtbank van Kungklung, de grootste tempel van Bali (Besakih), het bestuderen van hoe zout gewonnen wordt en nog tal van wonderbaarlijk moois. Als dat geen fantastische dag zou worden!

Het was 8u en de bus zou pas om 8u30 vertrekken dus ik had nog tijd genoeg om wat fruit in te slaan op de markt. Mango’s waren weer in de verste verte niet te bespeuren. Dan maar een flinke homp durian waar ik het vruchtvlees met mijn vingers uit trok. Ik kon me de lichtjes aan bubblegum gerelateerde smaak niet meer herinneren en wist ook niet meer dat het vruchtvlees zo kleefde. Misschien omdat ik toen nog niet besefte dat ik geen durian maar jackfruit aan het eten was, edoch dit geheel terzijde.

Fuck zeg, het leek echt wel kauwgom en voor ik het wist hing m’n hele hand vol plaksel, net als mijn mond. Snel terug naar de verzamelplaats waar ik een toilet gezien had. De deur was gesloten… De chauffeur wees me een kraantje aan maar enkel met water kreeg ik de troep echt niet weg. Dan maar naar de vlakbij gelegen mini-supermarkt waar ik hevig zwetend mijn handen en mond vruchteloos (no pun intended) probeerde schoon te maken. Dat goedje ging gewoon niet weg! Het enige wat ik nog kon bedenken was terug naar mijn kamer lopen waar ik betere zeep had liggen. Onderweg even getwijfeld om een schoonheidssalon binnen te stappen en te vragen of ze geen nagellak verwijderaar op mijn mond en handen wilden wrijven.

Het meeste plaksel kreeg ik er af maar helemaal goed leek het niet meer te komen. Het zou ondertussen al 8u30 of misschien zelfs later moeten zijn, snel terug hollen dus om volledig bezweet en nog steeds plakkerig te horen te krijgen dat we nog een kwartiertje op 2 personen zouden moeten wachten. Als dat geen fantastische dag zou worden!

De twee daagden niet op en uiteindelijk waren we maar met 3, een Zwitsers koppel en ik. Op naar de eerste halte, een weverij alwaar we met eigen ogen zouden kunnen zien hoe tientallen vrouwen stoffen zouden zitten weven. Helaas was het een feestdag en was er welgeteld 1 vrouw met een schietspoelesjerrebekkespoelza in de weer. Wonderbaarlijk!

Halte 2 dan maar, de grootste tempel van Bali. Wat leek die klein om de grootste te kunnen zijn. Nadat we inkom betaald hadden, kregen we te horen dat er een ceremonie aan de gang was en dat we afstand moesten houden, om maar niet te zeggen dat we dus eigenlijk gewoon over de drempel mochten leunen om eens naar binnen te piepen. Indrukwekkend!

Daarna kregen we wat Balinezen te zien die zwart zand aan het scheppen waren in zakken waar iets op stond dat op ‘cement’ leek en waar ik dan ook uit afleidde dat ze voor de bouw bestemd waren. Op de achtergrond zagen we wat bootjes waarvan het niet duidelijk was of ze voor toerisme of visvangst bedoeld waren. Onze chauffeur was heel karig in het geven van informatie maar wist er toch uit te brengen dat ze moesten dienen om de zakken zand te transporteren.

De volgende halte was een authentiek Hindoe-dorp waar de authentieke souvenirstalletjes ons al op de met bussen overladen parking stonden op te wachten. Of we soms geen niet zo vrijblijvende donatie wilden geven (Misschien moest de parking wel heraangelegd worden of hadden de bewoners hun ogen op een gloednieuwe, computergestuurde kassa laten vallen. Wie zal het zeggen?). Al snel trokken we met een authentieke bewoner door zijn dorp. Hij vertelde dat vrouwen er nog uitgehuwelijkt worden en dat er in zijn 239 inwoners tellende dorp welgeteld 18 single mannen en 34 single vrouwen waren. Het leek Gent wel. 16 vrouwen waren dus al gejost aangezien binnen het dorp een partner moest gevonden worden. Als je het mij vraagt waren alle 52 singles daar gezien, maar soit. Nadat we een paar vrouwen die ons souvenirs wilden aansmeren, afgeschud hadden, konden we verder trekken, richting fruitplantage. Ik keek er al naar uit!

Na een helse rit over een hobbelige weg stopten we plots aan de kant en wees onze chauffeur een boom achter een schutting aan. Ik dacht nog even dat hij wou zeggen dat we er de kinderen die om geld waren komen bedelen aan konden vastmaken, maar nee, het bleek een salakboom. En waar hingen de vruchten dan? Die waren al geoogst. Waren er misschien al knopjes die de volgende oogst in zich droegen? Ook niet. Een salak vrucht? Noop. We waren zowaar een magistrale ervaring rijker.

salak

salak

Het liep al tegen 13u30 aan en ik polste voorzichtig wanneer we zouden lunchen. Dat kon meteen. Ik vroeg of het vissersdorp veraf was aangezien ik al de hele ochtend aan het watertanden was bij de gedachte aan verse vis. Dat waren we al gepasseerd? Huh, wanneer dan? Die sloepen die zandzakken verscheepten, was dat een vissersdorp?

In een vlaag van verstandsverbijstering dacht ik dat de chauffeur ons zou vragen waar we zin in hadden maar uiteraard weet elke chauffeur dat alle toeristen dol zijn op all you can eat-buffetten. Eten van slechte kwaliteit tegen een niet echt interessante prijs, wie wil dat niet? Behalve ik dan, maar in dergelijke kwesties telt mijn mening nooit mee. Het prachtige zicht op rijstvelden maakte de zo goed als alle gefrituurde en smakeloze etenswaren er niet lekkerder op maar daar hadden de andere toeristen blijkbaar geen last van. Opscheppen maar!

zicht op de rijstvelden

rijstvelden

Op naar de volgende halte, de grootste tempel van Bali. Die andere bleek dan toch gewoon een kleine te zijn die het gat moest vullen dat ontstaan was door het korte bezoek aan de weverij. Net als bij het oude gerechtsgebouw werden we overrompeld door vrouwen die ons sarongs wilden verkopen en werd ons een gids opgedrongen waar andere toeristen volgens de man die de gidsen verpatste makkelijk 20 dollar voor neertelden. Goed geprobeerd. Ik was zo gedegouteerd door de talrijke souvenirverkopers en bedelaars die we de hele dag al over ons heen hadden gekregen dat ik geen zin meer had in het tempelbezoek waarbij je moest opletten niet te struikelen over de etterende zwerfhonden die vlooien uit hun pels probeerden te bijten en kinderen die naar euro’s kwamen hengelen. Ik wou naar huis, naar Ubud, naar de yogales, om het even, gewoon weg.

Ik moest nog een uurtje doorbijten, keek tersluiks op het programma of we nog een halte moesten aandoen en zag helaas nog ‘vleermuisgrot’ en ‘zoutwinning’ op het lijstje staan. Toen ik naar het verdere verloop van de dag polste, zei de chauffeur dat we terug zouden rijden. De zoutwinning was wellicht dat zoutvat in het restaurant geweest en die vleermuisgrot, wel, ergens onderweg zal er wel iemand gehuld in batman t-shirt rondgelopen hebben, zeker?

Ik was nog net op tijd terug om naar de beginnersles yoga te gaan. Toen de lesgeefster vroeg wie nog geen enkele ervaring met yoga had, ging er maar 1 hand in de lucht. Het hing ook deze keer weer aan mijn arm. Om de 5 min sloeg ik 10 min oefeningen over en na een uurtje voelde m’n lichaam helemaal ontspannen maar ook hier en daar verrokken aan.

Daarna was het tijd voor een verkwikkend en geestig diner met Hester uit Rotterdam die me even voordien in de ‘yogabarn’ aangesproken had en Carl, de landschapsarchitect uit Nieuw-Zeeland die ik tijdens een elektriciteitspanne had leren kennen. En zo kreeg een rampzalige dag nog een zalige staart.

Hoe de kakelende kip transformeerde in een spinnende poes

De enige plaatsen waar je niet lastig gevallen wordt door bedelaars en waar de eeuwige vraag ‘taxi? yes? transport?’ niet constant naar je hoofd geslingerd wordt, is midden in een rijstveld of in de yogales. Een andere optie is mijn oordopjes 24u/24 in m’n oren laten zitten. Op naar de rijstvelden dan maar. Het zal jullie verbazen maar die zijn wel degelijk te voet te bereiken vanuit het centrum van Ubud. Geen taxi nodig. Meer nog, de dichtstbijzijnde rijstvelden zijn die van ‘Sari Organik’, een bioboerderij met bijhorend restaurant. Daar begint een biokip als ik zowaar spontaan van te kakelen. Helaas schrikt ook dat de taxichauffeurs niet af.

Onderweg werd ik maar 1 keer lastig gevallen door een Balinese die vroeg of ik misschien geen foto van haar wou nemen zodat ze uiteraard geld van mij kon aftroggelen. Met al mijn gekakel dacht ze wellicht de kip met de gouden eieren getroffen te hebben.

De rijstvelden zijn inderdaad mooi en rustgevend, ook als je vanuit een open restuarant in een loungezetel vol kussens van een vers geperst sapje ligt te lurken en van de heerlijkste gerechten ligt te smullen. Ik heb de test verschillende keren herhaald en het was even adembenemend vanuit liggend als staand perspectief. De ‘Amazings’, ‘Absolutely wonderfuls’ en ‘This is so inspirational, I can hear my inner self telling all this typical American superficial blabla’ van de toeristen uit Californië moet je er dan maar bij nemen.

Benieuwd wie we in de yogales gaan aantreffen. 95% vrouwen uit L.A. die elkaar knuffelen terwijl ik snel onder mijn yogamat duik, 4% homo’s en 1 hetero man die duidelijk mee gesleurd was door zijn vriendin.
‘Are there any ‘Vinyasa Flow’ beginners?’ 3 handen gingen de lucht in. ‘Are there any yoga beginners without any background at all?’ 1 hand in de lucht, het hing aan mijn arm. De lerares zou lief voor me zijn, zo beloofde ze maar na nog geen 3 minuten kon ik al niet meer volgen. Open level, my ‘warrior, doggy style’ ass!

Dan maar een half uur gekeken naar hoe de anderen zich in de meest onwaarschijnlijke posities plooiden vanuit achtereenvolgens kleermakerszit, lotushouding en de kraanvogelpositie (Altijd al geweten dat het bekijken van The Karate Kid 1, 2 en 3 me op een dag van pas zou komen.) om dan als een dief in de nacht weg te glippen.

Genoeg gewerkt aan het innerlijke, tijd om m’n uiterlijk onder handen te nemen met een ‘Mandi Lulur’, een 17-de eeuwse Japanse koninklijke behandeling waarbij een heerlijke massage (1 van de beste ooit gehad en god weet dat ik het ganse Bongo-gamma al verschillende keren afgewerkt heb) gevolgd wordt door een (mannen mogen hier afhaken en meteen aan de volgende paragraaf beginnen) scrub met ‘turmeric, sandal wood and rice powder’, een exfoliatie van yoghurt en een bloemenbad. Om deze royal treatment helemaal af te maken heb ik er dan nog maar een hoofdmassage met haarmasker bij genomen. Sprrrrrrrrrrr.

Ik ben helemaal ontspannen maar dat zalige gevoel ebt al snel weg als ik op de terugweg voor de zoveelste maal 10-tallen keren aangeklampt word. Maar wacht even, dit is gewoon 1 groot complot! Gisteren vertelden ex-collega Jimmy en zijn vrouw Ann, die ik hier toevallig tegen het lijf gelopen was, hoe corrupt Bali wel niet is en dat het volledig door de maffia gedomineerd wordt. De taxi-chauffeurs en massagesalons spelen gewoon onder 1 hoedje! Door het eindeloos herhalen van de vraag of je een taxi wil, raakt een mens al snel overspannen. En hoe kan die stress het best weggewerkt worden? Juist ja, met een massage. De kleine sloebers!

Van stadsmeisje tot natuurkenner in 3 stappen

Gisteren heeft het de hele dag pijpestelen geregend. Weer of geen weer, ik ben altijd in voor een wandeling en dus ben ik er maar door getrokken (zonder k-way of regenkapje, deze mail niet afprinten voor meme of snel even de tekst veranderen, voeg er maar bij dat ik ook een sjaal droeg.). Na een tijdje kreeg ik zin in een verse mango of ananas. Thuis dacht ik dat het vers fruit me om de oren zou geslagen worden, in werkelijkheid bleek het de om de 5 stappen weerkerende vraag of ik een taxi of motor wou. (Dat heeft me er al over doen nadenken om een t-shirt te laten maken met als opschrift ‘No taxi, no transport, no motorbike, NO NOTHING!’.)
Maar goed, ‘t is niet omdat er geen fruitstalletjes op straat staan dat ik mijn missie zomaar zou opgeven. Naar de dichtstbijzijnde winkel dan maar. ‘Fruit?’ antwoordde de man aan de kassa alsof hij het in Denpasar hoorde donderen. In winkel 2 kreeg ik een gelijkaardig gezicht te zien. Waarom wou ik geen chips of koekjes zoals alle andere toeristen? Winkel 3 en 4 idem dito. In winkel 5 ging er eindelijk een lichtje branden ‘Yes, yes! Fruit!’ waarop de man me meetroonde naar de frigo achteraan. Ik begon al lichtjes argwanend te worden en vreesde dat ik yoghurt met aardbeien in mijn handen zou gestopt krijgen, maar nee hoor. Hij had wel degelijk fruit in huis, appels en pruimen. ‘I would like to buy local fluit.’. Ik zei opzettelijk ‘fluit’, toen ik boeren ging fotograferen apprecieerden ze het ook heel erg dat ik hun dialect sprak dus hier kon ik ook maar beter zo snel mogelijk overschakelen op de lokale taal, zo bedacht ik in een helder moment.
‘No, no mango, no pineapple, no no’. Uiteindelijk ben ik dan maar naar een bar/restaurant gestapt waar ik een niet geperst ananassapje besteld heb. Mission accomplished!

In het stadsmagazine ‘The Bud’ had ik gelezen over de ‘Linda Garland Estate’, wat een ‘amazing tribute to the potential of bamboo in all it’s forms’ zou moeten zijn. Mick Jagger zou het er zo mooi gevonden hebben dat hij er getrouwd was of zoiets. Kijk, als de grote mond van Mick er al van open valt, dan moet ik dat ook eens gaan bekijken.
Volgens de man aan de balie van Gusti Gardens (de plaats waar ik verblijf, verzin er de regen zelf maar bij http://www.youtube.com/watch?v=Y2mXrBm6ylA&feature=related) kon ik er zonder reservatie heen en was het makkelijk te vinden. Ik ben maar een kwartiertje verloren gelopen dus dat viel ook weer reuze mee.
De toegangspoort was zeer indrukwekkend, al voelde ik niet meteen de drang om te trouwen. Het was er ontzettend mooi. Toen ik in een van de houten huizen naar binnen piepte, kwam een vrouw (ik vermoed Linda zelve) naar me toe om te vragen of ze me kon helpen. Ik vertelde dat ik over haar landgoed gelezen had in het Bud Magazine en zij zei me dat ze dat beter niet gedaan hadden omdat haar domein voor biologen en bamboe-specialisten bedoeld was.
‘Ben jij een bioloog of bamboe specialist?’
Euh nee, maar geef mij een computer, laat mij via google ‘bamboe’ opzoeken en over 10 min vertel ik u er alles over.
‘I’m a journalist’ leek me een beter antwoord.
‘You write about nature or bamboo?’
Wel euh, in dat Yunomi artikel over Feng Shui dat ik uit het frans vertaald heb, stond wel iets over bamboe vermeld, dus ja, eigenlijk wel!
‘Ik schrijf voor de Yunomi Geografic, well known in Europe! Kind of the Benelux version of National Geografic.’
Linda bekeek me, zag dat ze een natuurkenner voor zich had en gaf me de toestemming om rond te kijken.
Ondertusen ben ik een bamboe-specialist, al moet ik zeggen dat ik van haar wetenschappelijke invalshoek niet zoveel geloof. Op de prachtigste plekken stonden luxueuze houten lodges met mini-zwembaden en lounge-zetels ervoor. Waar je de mooiste uitzichten had, stonden terrastafels en stoelen met uiterst comfortabele kussens. Het leek meer een luxe resort dan een onderzoekscentrum, zo een waar sterren als Mick Jagger komen. Wat is zijn rol in de bamboo-business trouwens?

Zonnige plakgroetjes uit Bali

Ik ben goed aangekomen in Bali. Toen ik op de luchthaven een zorgvuldig met een matrixprinter afgedrukt A4′tje met daarop ‘VANLEBEEIRGHE’ bij de bagageband zag wapperen, vreesde ik al dat het niet was om me als 10 miljoenste bezoeker te verwelkomen, te bestrooien met rijst en bloemen en te overladen met gelukwensen. Nee, ik kreeg het akelige gevoel dat me een durian te wachten stond die meer dan overrijp in m’n gezicht zou gekeild worden. Toen ik om uitleg vroeg, bleek dat m’n bagage goed aangekomen was… in Frankfurt. Van Deutsche Grundlichkeit gesproken!

Maar ach, ik had al anderhalve dag in dezelfde outfit doorgebracht, daar kon gerust nog een extra anderhalve bij. Gelukkig had ik een kleedje aan dat met caleçon perfect was voor het Belgische klimaat en zonder ideaal voor het Balinese. Helaas ben ik niet zo slim als m’n moeder die steevast haar badpak in haar handbagage stopt (Waarom krijg je dergelijke dingen niet doorgegeven via de genen?).

Maar voor de rest is alles prima. De zon schijnt, er staat een stevige wind en ik heb welgeteld een kwartier nodig gehad om hier een bioshop te vinden. Wat wil een mens meer? (Behalve dan haar koffer maar laten we de in Kopenhagen zorgvuldig opgebouwde harmonie van onze innerlijke yin en yang niet uit evenwicht brengen door zo’n kleinigheid!)

M’n Balinees begint al aardig op punt te raken. Zo leerde ik in de supermarkt (je bent op zoek naar shampoo, zeep, ondergoed,… maar ontdekt zoveel meer!) dat ‘plakban’ voor plakband staat (Ik kan het onthouden via een ingenieus zelf ontwikkeld systeem dat elk ezelsbruggetje overtreft). Met mijn Engels gaat het iets minder goed want van de twee drankjes die ik deze morgen op twee verschillende plaatsen bestelde, bleken er welgeteld 0 overeen te komen met wat ik gevraagd had. Soit, zo leert een mens nog iets bij, al heb ik nog niet helemaal begrepen wat de zwarte drek was die ik onderaan m’n ‘American (besteld)/ Balinese (gekregen) coffee’ aantrof.

Ik hoop dat met jullie alles goed gaat. Tot later met wellicht meer dolle avonturen vanuit Bali (of Frankfurt als blijkt dat ik zelf om mijn bagage moet gaan).

Zonnige groetjes en positieve chakra’s,

zabine

ps: Ma, het stikt hier van de vrouwen die alleen op reis zijn en we vormen 1 front in het niet aannemen van reeds geopende drankjes. Niet dat ik met mijn aangeboren vieze smoelie drankjes aangeboden krijg, maar alla, het is het gedacht dat telt!